"Wat zoudt ge doen, mocht de wereld nu vergaan?"
vroeg zij.
"Niks. Wachten. Kijken."
zei ik.
"Ik zou u vasthouden en ervoor zorgen dat alle vlammen, alle puin, alle water, alle pijn op mijn lichaam terechtkomen en er niks u raakt en de wereld er nog is als uw ogen weer opengaan."
dacht ik.
"Zomaar doodgaan?"
Ze klonk verbaasd, alsof er bij het einde van de mensheid andere opties zullen zijn.
"Zomaar."
("Ik zou schreeuwen hoe graag ik u altijd gezien heb, over de spijt voor elke keer ik dat niet gezegd heb, hoe ik de vlammen, het puin, het water, de pijn niet kan voelen, zo graag dat ik u zie.")
("Ik zou schreeuwen hoe graag ik u altijd gezien heb, over de spijt voor elke keer ik dat niet gezegd heb, hoe ik de vlammen, het puin, het water, de pijn niet kan voelen, zo graag dat ik u zie.")
"Wat zou er overblijven als de wereld vergaan is?"
vroeg ze.
"Onuitgevoerde plannen. Mislukte dromen. Stilte. Hetzelfde als nu."
"Jong, ge weet wat ik bedoel. Wat zou er écht overblijven?"
Ze keek er bij alsof het de belangrijkste vraag van mijn leven was.
"Beton. Gebouwen misschien. Insecten."
(Want dat had ik ooit in een film gezien.)
"Dat zou mooi zijn, eigenlijk."
Ze glimlachte.
"En lijken. Ontelbare mensenlijken."
fijn blog artikel! :)
BeantwoordenVerwijderen